Van de week minutenlang gedacht dat het alweer 1 april was: Marga van Praag bezorgde in het NOS-Journaal een reportage over een rokerspaal die zal verschijnen op alle stations die niet geheel overkapt zijn. Meestal zijn perrons, geheel overkapt of niet, van zichzelf al tochtig genoeg om de la- tente onvrede van de reizigers alleen maar te versterken en de rook en overige luchtjes van derden zo snel mogelijk te verspreiden. De verplichte rookplekken zullen herkenbaar zijn aan aluminium designpalen die de functie hebben van een asbak. De roker moet er zijn as kunnen aftikken of wanneer de trein onverhoopt toch op tijd arriveert er snel haar sigaret in kunnen doven. Daartoe dienen de rokers dus op ongeveer een arm af- stand van de rokerspaal te staan.
|
Kluitjesroken gaat dat heten. Bij het item hoorde een zegsman van het spoor, die uitstraalde dat hij vreugde- loos ook maar z’n werk deed. Enfin, daarna was Philip Freriks er weer met een melding van vijf seconden over een omgeslagen boot in de Congo met een paar honderd doden, of een daarmee vergelijkbaar onderwerp. Zodat je vanzelf denkt: we kunnen nooit ver meer zijn van een perma- nent rookverbod in de Arena, of daar nu wel of niet gespeeld wordt met het dak open. En verdraaid: de KNVB kondigt aan clubs te willen bijstaan die een niet-rokersvak in hun stadion gaan inrichten. Volgens mij is dat voornamelijk een kwestie van de ter- reinknecht twee bordjes in de handen duwen en hem even wijzen waar de
|
schroevendraaier ligt, als je daar bij- stand voor nodig hebt zal het maaien van het gras hem een wekelijkse mar- teling zijn. Maar het gaat natuurlijk om de bijbe- horende psychologie. Daar kunnen de clubs alle hulp, desnoods die van Zeist, bij gebruiken. Hoe overtuigt een voetbalclub het volk van rokers en niet rokers dat toch al niet meer naar het stadion gaat, dat ze wel in staat zijn om een rookverbod in een deel van het stadion uit te vaardigen en dat ook te handhaven, als ze al decennia niet bij machte zijn om te voorkomen dat er vuurwerkbommen worden afgestoken, dat er geknokt wordt met de vijand en dat er de meest schandalige spreekkoren wor- den aangeheven. Jawel, maar ik rook niet.
|