Op het hoofd van het VVD-Kamerlid Geert Wilders is het 365 dagen per jaar carnaval en binnen in z’n hoofd óók. De afgelopen weken heeft hij een aantal interviews ten beste gegeven waarin hij zichzelf positioneert als de beschermheer van houwdegen rechts in zijn fractie: tegen de islam en te- gen de overige slappelingen in de Tweede Kamer. Niet conservatief, niet liberaal maar klip en klaar egocen- trisch behoudzuchtig. Zo erg, dat Mat Herben zich al inbeeldt dat hij Wilders er graag bij zou hebben in de LPF, terwijl hij met z’n partijgenoot Eerd- mans toch al ruim voorzien is in de vacature ongenuanceerd politiek blind paard. Wilders wil zich onderscheiden als mogelijke aanvoerder van de rech- tervleugel van de VVD, mede omdat hij in de veronderstelling verkeert dat
|
alle kiezers die de vorige twee keren op hol geslagen waren het zonder uitzondering met hem eens zijn; dat ziet hij aan hun ogen. Zijn fractie- voorzitter Van Aartsen weet dat zo net nog niet, maar die zit niet te wachten op een richtingenstrijd, die heeft het zo al lastig genoeg om de boel een beetje bij elkaar te houden. Als hem gevraagd wordt naar de toe- stand van de VVD zit hij voor alle ze- kerheid binnen drie woorden bij de verwijten aan Balkenende en anders draagt de PvdA sinds Troelstra wel overal de schuld van. Niet Wilders. Inmiddels is Wilders onderwerp ge- weest van beraad in de fractie. Een bijeenkomst die hij, ondanks de per- manente polonaise in zijn hoofd, als niet feestelijk ervoer. Maar: ,,Ik sta
|
nog volledig achter de inhoud van de interviews. De problemen zijn ont- staan door mijn woordkeuze en ik vind het jammer dat daardoor de aandacht is afgeleid van de inhoud.” Maar wat is er mis met de woordkeu- ze? Als je tegen HP De Tijd zegt dat imams die in overtreding blijken te zijn ,,direct teruggestuurd kunnen worden naar hun hol in Saoedi- Arabië, of weet ik veel waar,” dan is dat volkomen helder als hij dat be- doelt. En als hij zegt dat hij ,,de laf- heid van de geachte collega’s aan de kaak gaat stellen,” dan kun je dat niet beter zeggen. Of: ,,De Kamer stikt zowat in dat verrekte poldermodel.” Niks mis met de inhoud en de woord- keuze, zo lang het maar uit de mond van weer zo’n verongelijkte Limburger komt.
|