Het aardigste aan het Franse punten- rijbewijs is dat je er als buitenstaan- der helemaal niets van merkt. Het scheurt, crosst en davert dat het een aard heeft. Voor de rest is het daar al doende gewoon als bij ons in Holland, soms zit je achter iemand waarvan je denkt: dronken tor, uitkijken, ach nee, hij zit waarschijnlijk te bellen, helemaal mis, hij moest z’n vriendin even bedienen, geloof ik, of toch ge- woon bezopen? En het was er altijd al verwarrend toeren, want ik ben opge- groeid met twee verhalen over Frank- rijk. Als je er onverhoopt benzine moest kopen omdat er geen druppel meer in zat en Luxemburg te ver weg lag, werd ongevraagd, onnodig en voor een kapitaal bedrag door de jongste zoon van de uitbater de olie ververst; zijn vakantiegeld. Als je
|
even dacht dat niemand het zag en het gaspedaal beroerde, stond er zo’n gemotoriseerde politieman die geen Engels sprak achter de eerste de bes- te boom op de loer met een thuis reeds ingevulde bekeuring. Boter bij de vis, niks puntenrijbewijs. In die tijd was ik nog lid van de ANWB, vanwege de Reis- en Kredietbrief, in augustus een gebroken kruiskoppeling, in okto- ber kregen ze op het hoofdkantoor te ’s Gravenhage de rekening binnen en in november hadden ze hem vertaald; kon je ook nog achteraf voor je va- kantie sparen. Ondertussen vrát ik de briesende ingezonden brieven in ‘De Kampioen’ over de Franse benzinesta- tions en die smiechten van hun poli- tie. Het is een wonder dat er nog een tweede generatie Nederlanders in dat
|
land wil kamperen, zeker als je reke- ning houdt met de aanwezigheid van die Fransozen zelf. Andere tijden: te Frankrijk nemen wij altijd de snelweg naar de zon en áls we een politieman achter een boom zien staan, staat ‘ie te piesen. Onze Franse boer hebben we alleen horen klagen over hun APK keuring. Die is dusdanig streng, dat je geen enkele oude alpinopet meer in zo’n hobbe- lende, krakende deux chevaux of in een lekke R4 ziet rijden. Ze houden er wel nog steeds drie keer per jaar een zwart weekeinde, dan gaat iedereen die een auto bezit de weg op en roei- en ze onder elkaar makkelijk honderd Fransen uit. Maar de ramp van een puntenrijbewijs, nee, geen flauw idee, daar hoorde ik deze week pas over, in Nederland.
|