Daar zijn ze dan: de dwangarbeiders van de democratie, het nieuwe poli- tieke talent, de voorkamertjes politici. Na meer dan een jaar baanbrekend vergaderen zijn ze bevallen van hun eerste ideetje: schaf het vragenuurtje maar weer af. De kroonjuwelen van Frans Weisglas kletteren over het marmer. De krant wordt er toch maar nageblaft en de kijker kan het niet volgen omdat de vragensteller alleen snel wil scoren. Persoonlijk heb ik er weinig moeite mee wanneer de krant in het parlement wordt nageblaft. Liever dat dan dat er een clubje op eigen houtje poogt iets te bedenken, dat zie je nu maar weer. Bovendien kan ik het allemaal meestal nog wel redelijk volgen, de inleiding, het schot op doel en dan de reactie van de doelman, de bal op de paal of meestal
|
hoog over en ver naast. Soms glibbert er een bal in het net en dan prevelt de doelman: buitenspel. Het is geen verheffende vertoning, dat vragenuur- tje, het is zeker geen aaneenschake- ling van doelpunten van de week. Het is gewoon de Nederlandse volksverte- genwoordiging in volle actie. Ik mag er graag naar kijken, maar dat telt geloof ik niet. Wat al die jongelui die meestal op de achtergrond in de krant zitten te koe- keloeren dan zouden willen? Een ste- vig debat op hoofdpunten tussen de fractievoorzitters en de premier. Elke week zo’n tevoren dichtgetimmerde gedachtewisseling met een bevlogen spreker als de premier? Nee, daar zit de kijker op te wachten. En dan heb ik het nog niet eens over het nablaf-
|
fen en over de vraag of de kijker weet waar het over gaat, laat staan of die kijker zou willen weten waar het over gaat. Bij Barend en Van Dorp zag ik van de week een van de voornoemde jonge honden: Boris van der Ham van D66. Hij bezwoer ons dat hij regelmatig last heeft van de prachtigste ideeën maar dat ze er in z’n eigen fractie al niet eens van willen weten. Ze worden wekelijks door de fractievoorzitter in het gelid gezet en dienen de hand op te steken, allemaal vóór. Soms is Van der Ham wel eens tegen, maar dan staat de spreekstalmeester van D66 op. Dezelfde die straks wekelijks in debat moet gaan met de premier. Soms begrijp ik ineens waarom je zo weinig van de parlementaire jongelui verneemt.
|