Als ik Paul Cliteur zie, moet ik altijd denken aan voetbalverslaggevers, die in oude trainingsjacks rondlopen om- dat ze zoveel wedstrijden hebben be- zocht, dat ze vermoeden niet alleen verstand van het spel te hebben maar ook de kwaliteiten te bezitten voor een plaats in Oranje; op 47-jarige leeftijd. Cliteur doet steeds alle moei- te op een rare, aanstellerige professor te lijken die sommige kijkers naar ‘Buitenhof’ allicht herkennen van zijn knettergekke collega’s uit tekenstrips. Hij heeft veel over filosofie gelezen, en hij is gaan denken dat al het den- ken reeds door anderen voor hem is gedaan. Met regelmaat prikt hij een citaat bij Kant, Hegel of Schopenhau- er, daar redeneert hij dan een stukje over bij elkaar, dat hij vervolgens presenteert alsof hij een actuele
|
kwestie had waar hij maar niet uit- kwam, tot hij de geniale oplossing vond, ergens ver weg in zijn geheu- gen waar hij elk woord van Kant, He- gel en Schopenhauer op de rekken heeft liggen. Politiek gesproken is hij een vage- bond. Hij surft mee op het zoge- naamde gedachtegoed van Pim For- tuyn, hij schnabbelt bij de VVD, hij vertoont zich bij de conservatieve Burke Stichting, maar net zo makke- lijk gaat hij bij een concurrerende organisatie voor in ,,het herstel- conservatisme van een groeiende groep intellectuelen.” Wel steeds stromingen die angst prediken, per- soonlijke economische motieven na- jagen en een verzengende haat koes- teren tegen ,,de linkse kerk” die in
|
hun doldwaze beleving veertig jaar aan de macht is geweest. Kenmerk van hun woedende verwarring is dat de feiten van de jaren zestig tot en met negentig van de vorige eeuw voortdurend door elkaar worden ge- haald. Maar ja, een filosoof en feiten? Afgelopen zondag nam Cliteur zelfge- noegzaam afscheid van oud-minister Pronk, thans pleitbezorger van vluch- telingen – dus verdacht, die de poli- tieke dictatuur in ons land gedurende veertig jaar beheerste, door bij elke kwestie de conservatieve vijand op links modieuze wijze af te maken met zogenaamd politiek correcte verwij- zingen naar historisch fascistoïde wangedrag. ,,We nemen afscheid van een belangrijks stuk Nederlands cul- tuurgoed,” sloot hij af. En weer een linkse rotstreek: Pronk blijft zitten.
|