Zag ik Herman Heinsbroek in het journaal tegen het decor van zijn zo te zien door Jan des Bouvrie bedachte smaakvolle veranda, als deskundige bij uitstek commentaar leveren op de voorgestelde salarisverhogingen van ministers. Als er iemand behoort tot het monument voor de eerste tien jaar maar eens geen salarisverhoging voor ministers is hij het wel. Dat soort volk krijg je op je bord als je minis- ters gaat betalen alsof het topambte- naren zijn terwijl ze dikwijls binnen hun eigen partij op basis van een paar jaar folderen zijn afgeserveerd met een postje op een ministerie waar algemeen van bekend is dat er aan de top in elk geval vakbekwame lui zit- ten. Toen Wiegel nog minister was kwam hij eens per week naar z’n de- partement om enige brieven te teke
|
nen en een nieuwe kist sigaren op te halen. Maar d’r kwam tenminste nog wel eens iets uit z’n poten. Niet veel, maar altijd nog meer dan alleen een kinderachtige ruzie met een collega. Dat is waar het wringt, de discussie over de salarissen te Den Haag, want reken maar dat de volgende halte is: zijn de salarissen van Kamerleden niet wat laag in vergelijking met de ministers die zij moeten controleren? We moeten op gezag van Dijkstal doen alsof ze het ook allemaal waard zijn. Alsof de staat een verantwoorde investering had gedaan in de Nawij- nen, de Balkenendes, de Korthalzen en de Bomhoffs. Als het erop aan komt blijkt altijd de partijkaart be- langrijker dan het curriculum vitae. Bovendien zijn we van het poldermo-
|
del van Kok-Zalm terecht gekomen in de mag ik even afrekenen maat- schappij van het kabinet Zalm- Balkenende. Eentje waarin de politie wordt afgerekend op de heterdaadjes, behalve als die vallen tijdens een voetbalwedstrijd of een popfestival, want dan is er al afgerekend; hoe dat verder moet met de kerstgratificatie van de commissaris weet ik ook niet. Of heel Rotterdam volgend jaar net zo veilig als op de Mookerhei; nou voor- uit, om te beginnen één straat dan net zo veilig en schoon. Dan kunnen we toch maar beter ook pas achteraf vaststellen wat mevrouw Peijs waard was, of meneer Donner? En ach, het kostje van een beetje minister is na een keer wel gekocht. Tel uit je winst: zelfs Herman Heinsbroek is tegen- woordig een deskundige in iets.
|