Het had me een mooie afsluiting gele- ken, dat zo’n arm met een microfoon eraan van de NOS, zaterdagavond, nadampend van Tsjechië-Nederland, met zijn brutale vragen wachtend op het stekje met zijn reclameborden, tegemoet getreden zou worden door een oudere heer waarvan iedereen dacht dat het de materiaalman was, de buschauffeur, mogelijk nog een extra hulp-bondscoach enfin, status genoeg om op dit moment in zo’n trainingspak rond te mogen lopen, en dat die dan plechtig had gezegd: ,,Het spijt me, ook voor de kijkers thuis, maar de heer Advocaat laat zich ex- cuseren, hij geeft op dit moment een geheime persconferentie.” Ergens buiten het stadion, op de bo- venverdieping van zo’n staketsel in aanbouw, nog geen gas, water en
|
elektra aangesloten, een gat in de muur voor een raam maar dan nog kun je niet zien wat er zich binnen afspeelt, buiten volop politiemannen te paard die iedereen op afstand hou- den – waarschijnlijk iets met Al- Qaeda wordt gefluisterd, nog een ex- tra koppeltje politiemannen voor de deur die er nog niet in zit maar voor- al: zonder de media erbij. Eindelijk alle gelijk van de wereld. Niet meer verongelijkt achter elke vraag een dolkstoot hoeven te veronderstellen, niet meer in de grote mensenwereld nog steeds een Haags lefgozertje te moeten spelen waar Deetman in het geval van een voetbalwedstrijd een samenscholingsverbod en de droog- legging tegen in het geweer moet brengen, niet langer te hoeven vrezen
|
dat er onder de rest van de aanwezi- gen mogelijk iemand met enig benul van voetbal zal zitten, Co Adriaanse niet stiekem binnen? Gewoon lekker ontspannen achterover leunen. Links van hem het communicatiewonder Eef Brouwers en rechts de imagoportier van Oranje tevens directeur betaald voetbal, Henk Kesler, die om de ha- verklap beiden in koor zeggen: zie je nou wel Dick, we kunnen het. In plaats daarvan verscheen Advocaat voor de tv en riep binnen de kortste keren verongelijkt dat ‘jullie’, de me- dia, zijn wissel wel weer de grootste fout zouden vinden, maar hij, de bondscoach, bleef erbij dat het alle- maal de schuld was van de spelers die de mooiste kansen verprutsten en de domste gele kaarten pakten. De bondscoach zoals we hem kennen.
|