Op de Duitse televisie wordt dezer dagen regelmatig een spotje voor hamburgers afgespeeld. Dan zitten er aan zo’n formicatafeltje wat spelers van het kaliber Torsten Frings die van Kevin Kuranyi, de man die bij Duits- land de ballen over en naast moet schieten, willen weten hoe ze zo’n hamburger in Portugal moeten bestel- len. Kuranyi komt uit Brazilië, spreekt vloeiend Portugees en prevelt dus een voorgebakken zin. Uit de bijbehoren- de ondertiteling, nasynchronisatie zou het effect vermoorden, blijkt dat hij iets zegt van: ,,Mijnheer de heerlijke hamburgerbakker, zou ik uw dochter mogen huwen, de oudste, die met die grote snor.” Frings begint meteen die zin te oefenen. Wie zegt dat Duitsers geen gevoel voor humor hebben? Ik zag het spotje maandagavond weer
|
eens, kort voor ik met een snelle be- weging van de duim terecht kwam bij de mededeling dat minister Verdonk heeft bepaald dat allochtonen voor een fijne inburgeringscursus ook bij de buren terecht moeten kunnen. Als ze aan het einde van de rit maar met goed gevolg haar examen vmbo dan wel de cito-toets afleggen. Het blijkt toch wat ingewikkeld om een heel nieuw schooltype met alle bijbehoren- de bevoegde leskrachten en zij- instromers ergens tussen het Neder- landse systeem te proppen. Ga naar de buren. DE BUREN! Wel eens de cijfers gezien hoeveel procent van uw buren analfabeet is? Wel eens een voorspelling gehoord over hoeveel procent van de autoch- tone buren met geen mogelijkheid
|
zou slagen voor zelfs maar de lichtste vorm van inburgeringscursus? Ooit een rapport gelezen over hoeveel pro- cent van de bevolking niet eens in staat is om z’n eigen kroost een beetje behoorlijk te laten inburgeren? Nog even afgezien van de donderse pech als zo’n asielzoeker juist tussen minister Verdonk en de LPF’er Eerd- mans een ruime drie onder één kap- woning toegewezen heeft gekregen. Een kopje suiker kan ‘ie lenen, als de familie dan ook maar onmiddellijk de roeiboot naar huis neemt. Ik houd mij qua inburgering altijd maar vast aan die Hollandse vakan- tieganger die te Rosas om een ons ham vroeg. De slager zei: ‘Que?’ Waarop die Hollander brulde: ,,EEN ONS HAM!” En toen kreeg hij z’n be- stelling.
|