Eens per jaar, op de zaterdag het dichtst bij 1 augustus, wordt de nut- teloosheid van de ANWB op drama- tisch wijze geaccentueerd: ‘zwarte zaterdag’. Staat aangekondigd in honderd verschillende gratis af te ha- len brochures, ‘De Kampioen’ be- steedt er elke keer weer een ‘special’ aan, op het steunpunt Lyon weet men dat het streng verboden is om op die dag ziek te zijn, te ATV’en of anders- zins vrij te nemen, en een speciale ANWB-afdeling verzint en typt de laatste dagen van juli de meest dra- matische persberichten: Ga niet! Blijf thuis! Wacht! Heel Europa wordt één file! Van hier tot gunder. Van Gronin- gen tot de Costa Brava. En toch staat er elke keer op die zaterdag van ’s morgens laat tot ’s middags vroeg voor een gemiddelde Nederlandse
|
gemeente aan landgenoten nabij Toul te wachten tot ze een kaartje mogen trekken voor de Autoroute du Soleil. De minister van verkeer van Frankrijk kwam zelfs een kijkje nemen bij zijn terugkerende calamiteit. De onzen hebben vierhonderd verschillende Nederlandse telefoonnummers bij zich voor als ze last krijgen van buikloop, een tentharing missen, Nederland 2 niet via de schotel binnen krijgen, kiespijn hebben, zonder benzine ko- men te staan, hun mobieltje thuis hebben laten liggen, waar ze op dit uur van de dag in Spanje nog con- dooms kunnen krijgen, of de XTC- pillen goed zijn, of het werkelijk inter- nationaal verboden is om met een hoofddeksel te verkeren op een natu- ristencamping, u verzint het, zij ver-
|
zorgen een hulpnummer. Maar op het enige moment dat we echt kunnen controleren of onze vakantiegangers hun ANWB een beetje serieus nemen, op ‘zwarte zaterdag’, blijken ze geza- menlijk hun schouders op te halen. Ze zien wel. Ze doen wel. Terecht. Het is nog nooit gebeurd dat er op maandagmiddag nog steeds voor twintig kilometer aan ongehoor- zame ANWB-leden stond te wachten voor een Oostenrijkse tunnel of dat er nog altijd voor een Nederlands dorp vol ANWB-leden bij een Franse tol- poort stond te garen voor een kaartje naar Dijon. ‘Zwarte zaterdag’ wil ge- woon zeggen: het is in de ons omrin- gende landen één dag per jaar net zo druk als bij ons 365 dagen per jaar. Hoe dat zo kon komen, weten ze bij de ANWB.
|