Op een inktzwarte dag voor de vrij- heid van meningsuiting is het lastig om toch te blijven volhouden dat het bij de moord op Theo van Gogh niet om de zoveelste politieke moord gaat maar om een naar Nederlandse maat- staven nog steeds uitzonderlijk feit; alleen niet meer zo uitzonderlijk als het tot mei 2002 was, nog wel ge- woon uitzonderlijk. En uitzonderlijk genoeg om er woedend over te zijn. Ook omdat Van Gogh in het graf gelijk lijkt te krijgen: het vrije woord wordt in dit land vermoord. Waar ik het eens was met Van Gogh, en dat was ik soms, bleef ik het altijd oneens met hem over de vraag of de vrijheid van meningsuiting zo abso- luut is als hij dat meende. Hij vond van wel. Als het een beetje onder- bouwde mening was helemáál, maar
|
zelfs zonder dat, als de laatste parti- culiere mening op aarde. Je zat al op een gevaarlijk hellend vlak als je aan- kwam met de retorische vraag: alles mag gezegd worden, maar moet daarom ook alles gezegd worden? De tamelijk beperkte maar behoorlijk pregnante voorraad beledigende woorden van Van Gogh zou hem bui- ten zijn publieke optredens bij gebruik gewoon in het café op een alleszins begrijpelijke bloedneus zijn komen te staan. De vrijheid van meningsuiting zou zo groot als Van Gogh moeten zijn, maar dan moet je daar wel mee om kunnen gaan. Al op de kleuter- school kwam ik er achter dat niet ie- dereen over deze gave beschikt, en daarna is het alleen maar erger ge- worden. De vrijheid van meningsui-
|
ting moet met een zekere subtiliteit onderhouden worden. Voor Van Gogh was de absolute vrijheid een eis aan het leven. Toen hij een paar jaar ge- leden in de Amsterdamse Utrecht- sestraat staande werd gehouden door een boze lezer die zijn zoon in het kinderzitje vocaal bedreigde, vond hij zichzelf en zijn zoon slachtoffers van het vrije woord, terwijl ik vond dat hij er een waarschuwing in moest zien. Niet in een herziening van zijn mening als wel in de verpakking ervan. Het is treurig, misschien niet eens politiek gevoed, maar zo’n reactie duidt voor- al op een menselijk tekort waar wij ons steeds van bewust moeten zijn, anders wordt het er alleen maar on- leefbaarder op. En een godsdienstig gedreven fanaat laten we toch niet beslissen over Theo’s gelijk?
|