De Amerikaanse atlete Marion Jones, de hoop van iedere houten Klazien om toch in de buurt van de Olympische gouden medailles te kunnen komen, blijkt voornamelijk op doping te heb- ben gelopen. Tenminste, dat zegt haar vaste leverancier, de eigenaar van een laboratorium waar de steroï- den, de epo, de groeihormonen en meer van dat spul illegaal gemaakt werd. De man staat terecht en heeft inmiddels volop sporters aange- klaagd; kogelstootsters uit DDR en de USSR in de jaren zestig, dat was amateurwerk. Voor hem valt er weinig eer aan het proces te behalen, maar hij heeft wel besloten zijn vaste klan- ten mee te nemen in zijn val. Jones ontkent alles. Ze is volop op doping getest maar nooit betrapt, dit in te- genstelling tot elk van haar echtgeno-
|
ten tot dusver. En, volgde als be- trouwbaarste aspect van alle onder- zoekingen, ook gekoppeld aan de leu- gendetector testte zij negatief. Ik schat dat zoiets gebeurd is tijdens een uitzending van Jenny Jones of Jerry Springer. Daar mogen ze graag met behulp van een hysterische stiefzus- ter, een betrouwbare overbuurman en een soort Hans Kazan met een leu- gendetector bepalen of de uitslag van een dna-test klopt, waaruit gebleken was wie van de zes kanshebbers de werkelijke vader is van de drieling; is altijd de enige waarbij beiden ontken- nen ooit dichter dan vijf mijl uit elkaar verkeerd te hebben. De hele zaal flui- tend en gillend op de banken. Prins Bernhard hebben we nooit aan dat apparaat gekoppeld. Bij hem heb-
|
ben we het altijd gedaan met zijn ge- tuigenissen, gevolgd door de opinies van voldoende kenners, deskundigen en commentatoren om er een com- pleet eigen tv-station van te maken. Elke avond heisa. Maar nu blijkt prins Bernhard z’n ei- gen geheugen te hebben laten testen in een Londens psychotechnisch labo- ratorium; iets voor Marion Jones? Dat instituut kwam tot de conclusie dat het zeer goed mogelijk is dat de prins zich van hele stukken uit de Lock- heed-periode niets meer herinnerde. Op basis waarvan wij dan weer geacht worden aan te nemen dat alles wat hij zich wel nog wist te herinneren, waarheid was. Zoals het niet kunnen vinden van de ‘stadhoudersbrief’ juist het bewijs is dat die brief bestaat. Prins wie was ‘t ook weer?
|