Het moet even gezegd worden: onder alle omstandigheden, dus ook als ik toevallig slachtoffer word van een natuurramp en de ellende blijkt zo erg dat minister Rita Verdonk, die twee- honderd kilometer verderop een schil- derscursus volgt, zich zonder enige aansporing van wie dan ook geroepen voelt spoorslags naar mij af te reizen teneinde mij in het hospitaal een hart onder de riem te steken, dat er dan gerust een rotschop uitgedeeld mag worden. Evenzo lijkt mij de ramp nauwelijks te overzien wanneer ik ruim een week na een catastrofe de ogen open sla en in die van minister Johan Remkes kijk. Die mij dan begint te verwijten dat ik beter had moeten opletten op zwemles, want dat hij dat nou dat hele pokkenend speciaal voor mij moest rijden. ,,Ik doe dit allemaal
|
niet voor m’n lol, hoor, m’neer.” Ik zou er niet aan moeten denken dat Jan Peter Balkenende zich heeft we- ten los te rukken uit Straatsburg voor mijn welzijn. Of Maria van der Hoeven aan mijn bed. Zuster, zuster, d’r is iets met de medicijnen, ik zie nou zulke rare dingen. Ik vind het heel voorspelbaar en begrijpelijk zoals dat Groen Links nu kwaakt, maar ik wil liever niet aan alle mogelijke toekom- stige ellende denken en dan hangt daar ook nog eens ineens de staats- secretaresse van binnenlandse zaken boven m’n bed: zij van Halsema. Troostrijk bezoek, dat is de core busi- ness van de koningin. Als ministers daaraan beginnen word ik altijd heel erg achterdochtig. Als Balkenende zoiets doet dan komt hij na afloop
|
met beide handen in de zakken nog even naar de camera’s toe geslenterd, trekt z’n ontevreden mondje en noemt zichzelf ‘je’ in plaats van ‘ik’, zodat iedereen weet dat hij dit werkje van barmhartigheid namens ‘ons’ doet, want hij weet dat Maurice de Hond alweer klaar zit aan z’n peiltele- foon. Zo komt in Nederland alles over de ramp ineens twee dagen lang in het teken te staan van minister Rem- kes. Inclusief verwijten, een op zijn eigen ministerie in elkaar geflanste abject dunne rotsmoes en alle came- ra’s om de minister heen die zich bij een van ‘zijn’ RIT’ers zorgelijk verge- wist van de situatie. Remkes toont na een week zijn belangstelling en de eerste toeristen liggen alweer op het strand. Leer mij de wereld kennen, ik had niet anders verwacht.
|