De buitengewoon deplorabele econo- mische situatie van het land noopt het Koninklijk Concertgebouw nu tot een unieke maatregel: er komen voortaan rangen en standen in de Grote Zaal. Aan alle kanten wordt op de subsidies beknibbeld om het land van de on- dergang te redden, dus ook op die van het muziekleven. Door rangen en standen in te voeren, probeert de koninklijke harmonie de eindjes aan elkaar te knopen. In feite komt het er op neer dat sommige stoelen, die doorgaans meer gevraagd zijn dan de andere, iets extra’s gaan kosten. Wie graag op de hoek zit, betaalt binnen twee jaar een kwart meer voor pre- cies dezelfde genoegens als z’n buur- man in het armelui’s vak. Maar dat wist ik dus helemaal niet: als de Wiener Philharmoniker optrad
|
in het Concertgebouw waren er altijd al verschillende rangen en standen. Dáár hebben ze het vandaan met die veelgevraagde stoelen. Overal in de zaal krijg je nog steeds hetzelfde te horen, maar als die uit Wenen er zijn, heb je liefhebbers die uit zichzelf ex- tra willen betalen om de uitvoerenden beter te kunnen zíen. Normaliter sluit de helft van de bezoekers z’n ogen wanneer de Herr Kapellmeister z’n stokje heft. Zelf zou ik, als ik om te kijken kwam, gewoon één keer een goede toneelkijker aanschaffen. Maar je hebt dus zo van die mensen. Ik kan me er wel iets bij voorstellen wanneer ze hun Sängerknaben hebben meege- nomen; daar heb je een speciaal segment voor in de markt dat gewend is om extra te betalen voor z’n simpe-
|
le genoegens. Of wanneer er zo’n met name op de gebieden van seks, drugs en rock ’n rol veel te vroeg rijp meisje uit Engeland extreem hoog mee komt kwelen. Maar gewoon voor die van de Philharmoniker? Ik geloof dat ze er sinds enige tijd in Wenen ook een enkele vrouw tussen dulden, daar krijg je vanzelf wat be- grip van voor zekere voorkeuren. Maar in deze van tradities aan elkaar hangende tak van industrie moet het in het Concertgebouw dus jarenlang een vetpot zijn geweest als die Oos- tenrijkse kerels langs kwamen met hun Radetzky-mars. Voor zover ik het circuit ken zou het hele Nederlandse muziekleven voorlopig gered zijn als de Wiener Philharmoniker elk jaar een weekje Strauss kwam doen, in leder- hosen.
|