Al die nonnen en bedelmonniken die naar Rome afreizen. Ik weet dat zulke verplaatsingen weinig kosten, maar ik zie seculiere bijstandsmoeders nog niet meteen EasyJet bellen als ze naar een begrafenis willen. Als je alle be- richten van de laatste jaren over rooms-katholieke ontvolking serieus neemt dan zou je bijna denken dat hele legers afvallige mannen en vrouwen hun oude habijt van zolder hebben gehaald, moeder vaarwel ge- kust en op weg naar Rome om er weer even bij te horen, zoals anderen op 5 mei hun groene baret opzetten. Bij de NOS waren ze zondag afgereisd naar een klooster bezuiden Rome met een Nederlandse moeder-overste. Wij trots. Bleek het klooster een ruim huis te zijn, niet veel meer. Als alle zeven nonnen van de congregatie zonder
|
naam aanwezig waren, was de huis- kapel afgeladen vol. Zeven nonnen, dat is niet eens een modaal katholiek gezin. Zo zag een klooster er tegen- woordig dus uit, leek niet op iets uit de reisalmanak, de omweg waard. Zo’n klooster dat macht en rijkdom uitstraalde, met een grote kerk eraan vast, gaanderijen van stilte, een bibli- otheek van drie verdiepingen allemaal met de hand ingekleurd, tuinen. Weliswaar vervallen en verkocht aan die van boeddha die nooit om geld verlegen zitten, maar toch: klooster. De nonnen onder onze moeder- overste, waar ik niet van weet of ze buiten bidden nog iets doen, waren ondanks hun dode paus al net zo op- gewekt als Antoine Bodar als er een tv-camera in de buurt is. Ze toonden
|
een plakboek vol kiekjes van al hun ontmoetingen met de paus, zoals een Hollands maagdje van acht kijkt naar de poster van Rafael van der Vaart boven haar bed. Er zijn weinig pontifi- cale nonnen meer met zo’n herkenba- re kap waarmee ze, eenmaal te water gelaten, zo naar Engeland kunnen varen, wind in de zeilen. Echte non- nen zijn, afgezien van dat ouderwetse verpleegstersuniform nog wel in één oogopslag te herkennen: de bril. Er is volgens mij de afgelopen vijftig jaar geen non meer begraven met d’r ei- gen bril. Die worden doorgegeven, wij denken dat zulk spul allemaal richting donker Afrika gaat, maar die zetten ze zelf op: past ‘ie? Ja, hij past. Zie je wat? Weinig. Mooi. Er ligt veel missio- nair werk te wachten op Hans Anders en de mannen van Pearle.
|