Midden in Vrij Nederland staat een foto van twee meisjes die oorlogsgra- ven schoonmaken in Ysselsteyn, mid- den in Lonsdale Country. Het is niet alleen te doen om het contrast van die meisjes met die emmers en die soldatengraven. Het linkermeisje heeft het rond haar heupen vrij ge- houden zodat er een tatoeage zicht- baar is. Van links naar rechts een of ander gordijnmotiefje, zou ik zeggen. En dat je daar dan naar gaat zitten kijken. Is dit opzet of is dit de moder- ne, vrouwelijke variant van de ouder- wetse stratenmakersspleet? Je had allang de piercing, die meestal her- kenbaar was aangebracht dwars door een wenkbrauw, de oren, de neus- vleugels, de navel en als ze ‘m uitstak bleek ook nog de tong. Het ging soms nog verder qua ijzerwerk op verbor-
|
gen plekjes maar dat was, even afge- zien van het naaktstrand, niet voor langs de openbare weg bedoeld. De rest mocht gezien worden. Ik zit er dus mee of het bij die tatoe- ages ook de bedoeling is dat ik mij als buitenstaander eraan verlustig, er studie van maak of net doe alsof ik niks zie, zoals je dat met zoveel din- gen doet. Alleen, ik zie ze steeds va- ker. Bij Albert Heijn aan de kassa, er moet gebukt worden om onder uit het karretje wat te pakken, de caissière moet zich even naar haar buurvrouw wenden voor een pak nieuwe vijfjes, en ik heb er alweer twee gezien. Waar ik pas wat aan heb als ik weet wat ermee te doen? Kun je met goed fat- soen en zonder honderd procent kans op een elleboogje aan zo’n meisje
|
vragen of je even van nabij mag kij- ken? Die neoclassisistische krullen zullen voor het mooi bedoeld zijn als ze zo makkelijk tevoorschijn komen. Bij de meeste lichaamssnuisterijen heb je als drager aan een spiegeltje aan de wand genoeg, maar als je wil genieten van zo’n wall to wall tatoea- ge op je rug, heb je minstens twee spiegels nodig. Er zal meestal een derde in het spel moeten zijn die zich op onderlinge afspraak graag mag verlustigen aan die aanblik. Zij zelf zal het waarschijnlijk een statement noemen, want je moet toch iets zeg- gen als je vader ‘m ziet zitten. En als het uit gaat met die jongen, dacht ik. Waar ik erg van hou is een vrouw achter mij in de kassarij die dan tegen de hare zegt: ,,Ach, man, dat zijn gewoon plakplaatjes.”
|