Altijd lastig zodra hij zijn mond open doet: welke Frans Weisglas is er nu weer aan het woord? Het blijft in de eerste plaats toch iemand die door een zeker deel van het volk gekozen is en een mandaat heeft meegekre- gen om het liberale programma uit te gaan voeren. Is ‘ie gekozen, sollici- teert ‘ie naar het voorzitterschap en onthoudt zich voortaan van het debat en in sommige gevallen zelfs van stemming. In de Tweede Kamer hangt hij doorgaans de crècheleider uit, die voortdurend bevalt van ludieke, om dat smerige woord maar weer eens van stal te halen, ideetjes om nou weer samen in de zandbak te gaan doen. Het liefst wil hij de discussie tot een echt spetterend debat maken, maar zodra het ergens op gaat lijken begint hij te hameren en knopjes in te
|
drukken, het is nu wel weer mooi ge- noeg geweest. Zaten er weer twee door elkaar te praten of wilde er ie- mand hardnekkig antwoord op een vraag. Ik vermoed dat de familie Weisglas op oudejaarsavond het spreekgestoelte voor gasten, dat hij had bedacht als nieuw Haags circus- nummer en waar wij al lang niet meer van hebben vernomen, gezellig in de open haard heeft opgestookt. Soms denk ik wel eens dat de belangstelling van het volk voor het parlementaire debat juist afneemt naarmate hij er meer doorheen begint te hameren. Welke Weisglas sprak er zondag voor de radio over – nu het toch over spe- len in de zandbak gaat – het ideetje van minister Pechtold om een ‘burger- raad’ in het leven te roepen zodat het
|
volk heel dicht bij Den Haag komt te staan; D66 speelt heel lang na dato nog eens de Franse revolutie of de Russische na. Daar is de VVD van Weisglas op tegen, de raad én de re- volutie, maar als quasi volstrekt onaf- hankelijk voorzitter van de volksver- tegenwoordiging heeft hij daar na- tuurlijk in dit stadium helemaal niets over te vertellen. Als voorzitter mag hij het achteraf, als Pechtolds planne- tje God verhoede het wordt aange- nomen in ruil voor weer iets anders over de omroep of zo, ernstig betreu- ren. Net zoals hij achteraf mag con- stateren dat er teveel nieuwelingen en knoeiers in de Tweede Kamer terecht zijn gekomen. Maar vooraf moet hij van de groslijsten afblijven. Want bij ons op de markt kennen ze Weisglas niet eens.
|