Al sla je me dood. Vraag was: waar bij ons in de buurt staat nog een tele- fooncel? Vroeger werd je nog wel eens staande gehouden door een hij- gend persoon die wilde weten waar de dichtstbijzijnde telefooncel was, de vroedvrouw moest komen. Kon je zo wijzen, brievenbussen en telefooncel- len alom. Kwam wegens groot nieuws: KPN gaat weer munttelefoon- cellen plaatsen. Het klinkt een beetje naar: NS schaft kaartjesautomaten af. Je hebt nu eenmaal mensen die studie moeten maken van zo’n automaat. Daar is geen tijd voor, de trein wacht, de staart met ongeduldig wachtenden groeit, dus dan maar een kaartje bij de conducteur aanschaffen, maar die is niet te vinden zodat wanneer zij ineens in de coupé staat er een be- keuring moet worden uitgeschreven
|
met als gevolg dat de treinen in heel Nederland niet meer op tijd rijden. Kleine oorzaken, hele grote gevolgen. De munttelefoon is een jaar of tien terug afgeschaft wegens vernielzuch- tige jongelui en junks die de kluis probeerden te kraken. Daar moet on- dertussen iets geniaals op gevonden zijn want de nieuwe cellen bieden alle comfort van de wereld, er kan worden betaald met een speciale telefoon- kaart, met een chipknip, die ik nog steeds niet heb opgeladen, of met muntgeld. Het is nog net niet dat er een vriendelijke telefoniste tevoor- schijn springt die haar hand ophoudt of in minstens drie talen adviseert nog twaalf minuten te wachten omdat dan een goedkoper tarief van kracht wordt. In minstens drie talen is daar-
|
bij nodig omdat de cellen worden neergezet op plaatsen waar veel toe- risten komen en nabij asielzoekers- centra, om Nederland weer wat aan- trekkelijker te maken onder deze snel afnemende groep bezoekers. Maar het eerste wat een moderne toerist of een asielzoeker doet na aankomst in het land van vrije keuze, is toch de mobiel grijpen en familie en vrienden op de hoogste stellen van de veilige aankomst? Bij Amsterdam Centraal is dat een pak van het hart. Een half uur later moet gebeld worden om iedereen te vertellen dat in de hal een kaartjesautomaat staat. Nog een belronde verder: met mij weer, ik sta hier nabij de telefooncellen, je kunt hier gewoon met muntjes betalen. Het kan nooit lang duren of er staat weer een paard voor de tram.
|