Deelnemers aan de Staatsloterij kla- gen nooit over de besteding van hun centen. Terwijl er toch jaarlijks mil- joenen van de opbrengst naar toch al gevulde zakken in Luxemburg ver- dwijnen. Dat heten verwervingskosten en RTL4 maakt daar dan een pro- gramma bij waarin een ‘klapper’ van 20 miljoen euro plus een jackpot van 8 miljoen worden weggegeven en ui- teraard volop van die sympathieke eigengeldjes waardoor u soms wat van uw inzet terugziet. Daar kijken volop mensen naar zodat RTL4 extra verdient aan de reclameblokken voor- af, achteraf en tussendoor. De Neder- landse staatsloterij is in Luxemburg gewoon een fijne geldstroom, waar de inwoners van deze culturele roofstaat wel bij varen hoewel ze er geen bal voor hoeven te doen. Vanuit Neder
|
land gezien zouden we moeten spre- ken van aan de strijkstok blijven han- gen, dan wel over de balk smijten; maar het groeit de deelnemers aan de Staatsloterij blijkbaar op de rug. Sommigen in Nederland weten dat, de naam zegt het al, alles wat er over- blijft nadat de winnaar meer geld heeft gekregen dan hij ooit fatsoenlijk kan opmaken en nadat Luxemburg ruim is voorzien, in de staatskas ver- dwijnt. Daar doet minister Zalm din- gen van waar lang niet iedereen het mee eens is. Omdat Zalm nooit zal roepen dat hij een fooi voor de mini- ma wel zal betalen van de Staatslote- rij, maakt iedereen zich liever druk over de ‘klapper’ van 20 miljoen dan over waar de netto opbrengst blijft. Nog liever maakt iedereen zich druk-
|
ker over de vraag of het geld dat wij hebben gegeven vanwege een tsuna- mi of een aardbeving wel goed terecht komt. En met goed terecht komen, bedoel ik dan, tot op de allerlaatste cent. De goede god helpe ons de brug over wanneer wij nog eens overspoeld raken en afhankelijk zijn van de goedgeefsheid van derden die, als wij last hebben van één rotte appel in de mand, dan meteen denken dat al hun geld dan wel naar rotte appels zal gegaan; wij krijgen nooit meer een cent als ons nog eens wat overkomt. Als alle tsunami-slachtoffers thans een adequaat onderkomen hadden, was er sprake van een wonder. Als ik in Nederland een auto koop, moet ik drie maanden wachten tot ze hem op de fabriek af hebben. Dat vinden we dan weer wel gewoon.
|