In de zendtijd voor politieke partijen, de enige vorm van publieke omroep waar de VVD volop rijkssubsidie naar- toe wil gooien, want de zottin die in die partij over de media gaat wil ei- genlijk alleen steun geven aan infor- matieve programmasoorten die ze zelf wil zien - en dat is er verder geeneen, zag ik van de week Boris Dittrich, juist terug van de kapper en anderhalf uur bij de schmink. Volgens het Jour- naal dat erop volgde was hij juist te- ruggekeerd van een parlementaire reis naar de Antillen, het meest ge- liefde studieobject van alle Kamerle- den. Eén dagje reces en de hele zooi steekt weer gauw de grote plas over om een tijdje later bruin, bijgetankt en opgelucht, want helaas wederom zonder oplossingen, terug te keren. Maar in zijn eigen zendtijd werd hij
|
geportretteerd als een gelauwerd staatsman van een partij die nog maar zeventig zetels nodig heeft voor de absolute meerderheid. Er werd met behulp van wat korrelige beelden zo- waar enige kunst en cultuur van ge- maakt, of het was gewoon een geval: dat kunnen ze ook al niet behoorlijk. Dittrich keek tot slot recht in de ca- mera met een blik van: zijn de kinde- ren de kamer uit want nu ga ik u iets heel smerigs vertellen, het gaat over een ongemeen vieze streek die ons is geleverd, een trap onder de gordel waar het echt pijn doet. Er zijn men- sen, ,,men”, die wel eens schamper opmerken dat D66 zo een fatsoenlijke partij is. Wel, hij nam al het leed van de wereld op zijn schouders, als ie- mand dat moest zijn, dan waren zij
|
van D66 daartoe maar al te graag bereid. Fatsoensrakkers aller landen, verenigt u en word lid! Nu heb ik de afgelopen vijf jaar nog nooit iemand horen zeggen dat D66 zo een fatsoenlijke partij is. Het is zoiets als wanneer je over het brood van de bakker zegt dat hij zo’n mooie juffrouw in de winkel heeft staan. Wel een heleboel andere kwalificaties ge- hoord, maar daar kan Dittrich net nooit op komen. D66 lijkt mij niet fatsoenlijker of onfatsoenlijker dan welke partij ook; als het erop aan komt neemt hij de koningin ten be- hoeve van zijn knecht Pechtold net zo makkelijk in de maling als hij vervol- gens zijn eigen congres naait. Of ons allen met zijn zoveelste crisis; wat stampen we lekker hè, meneer Balke- nende en meneer Zalm.
|