Dat ik toch denk: een Balkenende, die heeft het ook niet altijd even makke- lijk. Nu moet hij weer een brief schrij- ven naar de Tweede Kamer met zijn boven alle partijen verheven opinie over de laatste uitwerpselen van zijn minister Pechtold. Thuis nog de polo- naise gelopen toen Dittrich de majes- teit en z’n eigen partij bij de neus nam door zijn opvolger van de gesjeesde Thom de Graaf, aan wiens naam de premier tegenwoordig de woorden zaliger nagedachtenis ver- bond, er doorheen te jassen als was zijn partij van 1866. Dat scheelde een crisis, die nu weer op de loer lag om- dat de hoofdredacteur van Vrij Neder- land had gedreigd dat zijn zending voortaan heet: de val van het kabinet Balkenende. Hij was niet eens be- nieuwd of Fallaux er ook een Hooger
|
vorstje aan heeft vastgeplakt, dat hij zijn consequenties zal trekken mocht de MP de nieuwe aardappelen halen. Aan de slag maar weer met de brief voor Weisglas c.s., terwijl hij juist besloten had om alleen nog ten over- staan van loyaal klapvee in de kleine- re zaaltjes van het verre Limburg, Zeeland of Drenthe stevig uit te pak- ken over de bestuurlijke vernieuwing van D66 in het algemeen en zonder Alexander Pechtold zelfs maar te noemen. Pechtold en Belgische politi- ci, ze kleppen voortaan maar raak, had hij zichzelf en het kabinet het zwijgen opgelegd. Hij kon toch moei- lijk óók beginnen met te zeggen dat hij in afwachting van de volgende verkiezingen voornamelijk nog tracht zijn boel bij elkaar te houden.
|
Buiten zag hij Pechtold lopen, geani- meerd in gesprek met zijn politieke leider Dittrich en waarschijnlijk spre- kend over de vraag wie van de twee de volgende keer de kar zou moeten trekken. Deze onderhandelingen gin- gen tenminste niet gepaard met vieze en vunzige politieke spelletjes. Voor zover hij Pechtold kende zou hij het laten aankomen op een allesbeslis- sende partij halma tegen zijn grote concurrent. Ik eet mijn hoed op als het eerste kabinet Pechtold er ooit komt en langer dan een namiddag blijft zitten, bedacht de premier. Hij schroefde in een plotse vlaag van op- gewektheid de dop van zijn koninklij- ke vulpen en trok een vel papier naar zich toe. Ik moest maar weer een beroep doen op mijn nooit falende gevoel voor humor, besloot hij.
|