,,Ach, meid, ik had je helemaal niet herkend zo zonder burka.” Inmiddels vast onderdeel van de conversatie op de trappen van de Nederlandse am- bassade in Rabat waar de toelatings- examens moeten worden afgelegd indien men last heeft van liefde voor een inwoner van Nederland. ,,Ik dacht, ik moet er maar eens vanaf want het staat zo stijfburgerlijk.” Ze knikken vol begrip. En dan nog lopen de dames het risico te zakken omdat ze Willen van Oranje en de hertog van Alva niet uit elkaar kunnen houden. Dan komen ze hier aan, worden ze voor het leven gekoppeld aan een vakmannetje met een fijne mbo- opleiding loodgieten, blijkt die op school het woord stijfburgerlijkheid helemaal niet te hebben gehad, geen idee ook wat het betekent. Ja, stijf,
|
dat er soms een te stijve bocht zit in een koperen pijp. Hij is dan weer goed in zinnen als: ,,Wie heb gvd de soldeerbout in het bad gelegen?” In het kader van de geďntegreerde aan- pak heeft hij functioneel Nederlands gehad, zodat hij op de arbeidsmarkt alleen met een mond vol tanden staat wanneer het bij de installatie van de badkamer over het tegelwerk gaat. En van die kant ook geen enkele last van begrip wanneer een Kamerlid het heeft over het Nederlands als een kerncompetentie van ons allemaal, die ernstig in gevaar is gekomen nu blijkt dat op diverse scholen onze taal al niet eens meer als apart vak wordt onderwezen. Kerncompetentie? Ik vrees dat je zelfs zonder vage kennis van de betekenis van dat woord bij
|
ons al op de universiteit wordt toege- laten. De jonge handwerkslui moeten hun taalvaardigheid maar oppikken uit de lessen stratenmaken, heien of timmeren. In de politiek werd de alarmbel meteen geluid, maar op het ministerie van onderwijs haalden ze hun schouders eens op: elke school mag zelf weten hoe ze Nederlands geven, als het maar goed gebeurt. Armoediger bestaat nauwelijks. De Nederlandse taal als niet meer dan wat elementaire woorden die de leer- ling waarschijnlijk gaat gebruiken. Als ze maar goed gespeld zijn, knikt mi- nister Van der Hoeven. Aangenomen wordt dat een leerling toch nooit een boek van Kader Abdolah ter hand zal willen nemen. Dit in tegenstelling tot zijn vrouw die de Verdonk-cursus moest doen.
|