Het valt me elke keer weer mee als op vrijdagavond in ‘Nova’ de ‘politieke barometer’ wordt voorgelezen en ze opgeteld nog steeds op 150 zetels uitkomen. Je zou denken dat het toch onderhand wel eens moeten gebeuren dat de peilers ‘s middags hun tele- foons mismoedig neerleggen omdat ze alleen maar kunnen constateren dat ze onder hun tienduizend respon- denten nog maar voor 146 zetels antwoorden hebben gekregen. Alle- maal in koor: dat is vier minder dan vorige week. Het vertrouwen in de regering en in de politiek bevindt zich op een hopeloos laag peil en ondanks dat probeert Balkenende liever de aandacht te trekken door gezellig een einde te gaan skaten, ongeveer acht centimeter ver, dan dat hij zijn eigen crisis durft te benoemen. Als rechters
|
en advocaten-generaal bij de Hoge Raad zich bezorgd tonen over het strafklimaat dat ,,verhard en ver- rechtst” roept de Tweede Kamer terug dat de Hoge Raad zich daar helemaal niet mee te bemoeien heeft: dat is óns speelgoed. Het lijk wel alsof ze het over de publieke omroep hebben, daar rotzooien ze zonder enig gevoel voor verantwoordelijkheid ook maar wat aan. Terwijl wij niet alleen weten wij dat de Hoge Raad aardig terzake kundig is op dit gebied, we weten óók dat het parlement dat in meerderheid níet is. Vraag maar aan Weisglas, die van ellende niet weet waar te kijken met al dat kreupel volk in zijn zaal, en hij kan niet eens meer pleiten om het kaf van het koren te scheiden want dan zit hij wéér met allemaal beginne-
|
lingen. Zoals de regering in het zadel wordt gehouden door D66 (twee zetels in de laatste peilingen en volgens de tijde- lijke fractievoorzitter Van der Laan is er geen uitzicht op betere tijden), zo wordt het strafklimaat in Nederland namens de meerderheid van het par- lement gegijzeld door de LPF (tussen 0 en 1 zetel in de peilingen en volop kans op nieuwe afsplitsingen zonder zetels). Als die partij op het gebied van misdaad en straf iets meent denkt de meerderheid van het parle- ment dat ‘het volk’, waar ze vóór For- tuyn nooit naar luisterden, heeft ge- sproken. Een land dat zich bij de vol- gende verkiezingen mag uitspreken over het terugdraaien van vier jaar geestelijk armoede, kán geen 150 parlementariërs ophoesten.
|