Het is raar gesteld met sommige journalisten. Schud je ze midden in de nacht wakker dan komen vanzelf de tranen: de boodschapper krijgt altijd de schuld. Maar voelen ze zich iets nauwer betrokken bij het onderwerp of zelfs alleen maar bij het middelpunt van een discussie dan kunnen ze net zo goed de boodschappende collega overal de schuld van geven. Begin tegen zo een journalist ook nooit over demagogie want dan verwijst hij je automatisch naar de buren. Zoals nu gebeurt in een dwaze en schandelijke discussie over de Zembla-aflevering over ‘De heilige Ayaan’. Eén ding staat vast: de uitzending bevatte al- léén maar nieuws voor de naaste me- dewerkers van minister Verdonk. Ik geloof er geen barst van, want zoveel aantoonbare incompetentie wordt in
|
een democratie door het parlement afgestraft, maar als zij dat kan blijven beweren dan is dat in elk geval zo voor die 150 gekozen lui en voor de archieven van het parlement. Én voor dat deel van de journalistiek dat er verder niets mee aanvangt. Ook áltijd journalisten wantrouwen die ,,alles allang” wisten of roepen dat de collega’s hún ouwe koeien uit de sloot hebben gehaald. Inmiddels moet ik aannemen dat de broer van Ayaan Hiris Ali een voor haar belastende verklaring heeft afgelegd omdat de interviewer van Zembla hem had be- loofd dat zijn uitspraken niet tégen zijn zus zouden worden gebruikt. Ik begrijp dat hij dus wel de waarheid heeft gezegd en dat Zembla rede- neert: wij maken geen uitzendingen
|
tégen iemand, wij maken journalistie- ke producties óver iemand. Dat lijkt mij heel behoorlijke journalistiek zoals die tot in de kantoren waar ze de me- dia en de journalistiek bestuderen aan de Universiteit van Amsterdam on- derwezen zou behoren te worden. Uit de hele gang van zaken zouden we dus moeten opmaken dat als Ayaan Hirsi Ali nu maar beweert dat zij het nieuws voor mevrouw Verdonk alleen openbaarde omdat die van Zembla hadden beloofd dat haar uitspraken niet tegen haar zouden worden ge- bruikt, de zaak voor een deel van de journalistiek al gesloten is. Kolder. Er verder bekruipt mij, zacht gezegd, een zeer onaangenaam gevoel wan- neer journalisten tijdens een perscon- ferentie een ovationeel applaus aan- richten voor een inleider.
|