De term durfkapitalisten doet mij steeds denken aan van die win-win situaties waar ze ons een paar jaar geleden ´s nachts voor wakker kon- den maken, maar waar je de laatste tijd niet zo gek veel meer van hoort. Het zijn termen die zo fraai gekozen zijn, dat er ergens een adder onder het gras moet zitten. In de win-win situaties werd achteraf altijd duidelijk dat er iemand, meestal de werkne- mer, blij moest zijn omdat het alle- maal veel erger had kunnen aflopen met ‘m. Want ook in een land met alleen maar winnaars onder toen ook al minister Zalm bleek dat er uiteinde- lijk toch iemand bij in moest schieten. Economie is zo simpel. Bij durfkapita- listen gaat het ‘m natuurlijk om dat voorvoegsel durf dat ons uitvreters op gepaste afstand moet zien te houden.
|
Het komt op eigen houtje al in de buurt van lef, spreek uit làf hebben we nodig. Durf spreekt al gauw van een nobele eigenschap als moed en dat woord leidt ons dan vanzelf naar onbaatzuchtig gedrag: de plomp in springen met je goeie goed nog aan als er iemand in ligt. Het ligt er zo dik bovenop dat ik denk ze het alleen onder elkaar wagen te zeggen: ik doe ’t eigenlijk alleen maar om het geld. Onder echte plutocraten geldt het woord durfkapitalisten natuurlijk als een pleonasme. Tot de kleinste mid- denstander aan toe wordt er veel over ondernemers gezegd, een domoor, een zakelijke mislukkeling, een witte- boordencrimineel, een stuk econo- misch wrakhout, maar zelden dat het hem aan durf ontbreekt, althans als je
|
toch iets van zo iemand moet zeggen. Inmiddels hebben we als erfenis van de win-win situaties de topsalarissen met een jaarlijks stijgende bonus ge- kregen, de onzedelijke zelfverrijking, inclusief de smoezen dat we die gas- ten anders hier niet kunnen houden en als ze blijven zouden ze anders niet hard genoeg werken. Dat is dus het moment waarop de durfkapitalist zijn kansen ruikt. Er is namelijk helemaal geen durven aan. Het is meer een kwestie van onzede- lijke brutaliteit. Je hebt een grote zak geld, je koopt een bedrijf, je reorgani- seert wat en je verkoopt de zooi straks in parten voor veel meer geld aan economisch wrakhout van wie je dan in elk geval weer kunt zeggen dat ze durf hebben. Dat gaan we dan een win-win situatie noemen.
|