Voor de publieke optredens van Louis van Gaal geldt: het mag dan dikwijls waar zijn wat ‘ie zegt, maar het komt er allemaal wel verdraaid rottig uit. Zodra hij over respect begint, en dat is ongeveer om de vijf minuten, in elk geval steeds wanneer hij de indruk heeft dat er ergens in Nederland nog iemand rondloopt die het niet hele- maal met hem eens zal zijn, barst hij los op een manier dat de meeste om- standers vanzelf denken: man, be- waar dan tenminste zélf een beetje je fatsoen. Uit de keukenreclame weten wij dat, indien daartoe nadrukkelijk uitgenodigd en in ruil voor een nieuwe keuken bij hem thuis, hij gerust nor- maal kan opereren ten opzichte van mensen die hij als totale voetbalnit- witten beschouwt. Maar zodra het echt over voetbal gaat, komt dat
|
merkwaardige horkerigheidssyndroom van ‘m onmiddellijk tevoorschijn. ,,Ja, dat mag jij vinden, ik ben het daar- mee oneens en ik dacht dat ik er wel iets meer verstand van heb dan jij. Ja? Nou dan.” Dan mag je als zoge- naamd voetbalanalist op de tv in de eerste plaats zijn gevraagd wegens deskundigheid, je kunt ten opzichte van de kijkers toch wel een poging doen om dat met iets meer respect te brengen. Zoals Rinus Michels eens zei: ,,Jongeman, ik ben d’r niet om aardig gevonden te worden, maar het helpt wel.” Na de eerste constatering volgde meteen de ontspannende zelf- relativering waar Van Gaal nog nooit van gehoord heeft. Dier moet z’n sympathie halen van omstanders die getuigen dat het in kleine kring alle-
|
maal meevalt met hem, soms, als het niet over voetbal gaat. Als het over voetbal gaat durft niemand met hem in discussie want binnen drie tellen heeft hij luid de indruk gewekt dat er naast zijn gelijk niets bestaat maar ook dat er dadelijk klappen gaan vallen. Daarom kunnen de uitspraken van Van Basten en Koeman, die onderhand hun buik vol hebben van Van Gaals analyses, niet hoog genoeg gewaardeerd worden. Het is vooral van Van Basten ge- waagd, want hem is door de complete Nederlandse sportpers een oefening in nederigheid opgelegd omdat hij ei- genwijs óók de voorkeuren van het sportjournaille negeert. In hun ko- lommen en praatjes dankt Van Gaal daar ongevraagd ineens een onwerke- lijke hoop respect aan.
|