Je hebt van die kranten waar ze, in- dien zich een nieuwtje aandient, meteen naar buiten rennen en de eer- ste tien voorbijgangers vragen wat ze dáár nu weer van vinden. Dan rennen ze hard terug, typen het uit en als het een beetje meezit halen ze er de voorpagina mee. En je hebt kranten daar nemen ze niet eens meer de moeite om het pand te verlaten. Daar begint de journalist de vragen aan zichzelf te stellen, zelf de antwoorden te formuleren en typen maar weer. Het resultaat zie je minder vaak terug op de voorpagina maar binnenin duikt de methode steeds vaker op, naast een blokje waar vijf deskundigen elk in maximaal veertig woorden hun mening over iets mogen geven. Vol? Vol! Het is een stijl die de lezer terug- voert naar de lagere school. Daar
|
moest de meester ook de vragen zelf verzinnen en de antwoorden verzor- gen voor een volslagen onkundig ge- hoor. Daar kreeg je dan later een proefwerk over want zo kon hij con- troleren of er voldoende kennis was blijven hangen. Zoals de Volkskrant, want daar heb ik het nu even over, op zaterdag in een van de bijlagen ook de lezers overhoort. Nu ben ik er een groot voorstander van dat journalis- ten bij het bekend worden der feiten eerst zelfstandig de vragen bedenken, daarna de antwoorden proberen te formuleren en alleen in geval van nood iemand opbellen om uitleg te vragen. Daar houd je op den duur de best herkenbare krant aan over. Maar wat ik als lezer tegen de steeds frequenter opduikende vraag en ant-
|
woord-formule heb, is dat de indruk gewekt wordt dat je eigenlijk een handzaam verknipt stukje uit een, wat zeg ik?, uit dé encyclopedie krijgt aangereikt. De formulering is quasi terloops, de antwoorden zijn exact en zonder veel ruimte om het eens an- ders te bekijken. Een zeer ingewikkeld technisch probleem leent zich voor zo’n stapsgewijze aanpak, maar zodra besproken moet worden waar het mis ging met v/h Talpa of de onmogelijk- heid om bij de hier altijd noodzakelij- ke coalitievorming allemaal schone handen te houden, dan gaat het niet meer over feiten, nauwelijks meer over interpretaties maar over menin- gen. Niet erg, hoort ook in de krant, maar niet in zo’n rare, niet zelden snel truttig lijkende vermomming. Heb ik dat goed gezegd?
|