De tv-zender ‘Het Gesprek’ is natuur- lijk wel een doorslaand succes. Waar wordt dag aan dag gedurende uren het bewijs geleverd dat het voeren van een gesprek waar derden naar kunnen kijken, laat staan het afne- men van een heus interview, een kunst is die slechts zeer weinigen be- heersen. Zoals dat hoort bij de eerste evaluatie: de initiatiefnemers denken dat het aan het decor ligt, aan de ca- mera of aan de kijkers. Natuurlijk, er zijn volop mensen die nooit om een lulvraag verlegen zitten en je hebt ook volop mensen tegen wie je alleen maar hoeft te zeggen waar de microfoon staat en het loopt leeg van de onbenulligheden, het zelfbeklag en de lachwekkende trots. Maar een echt gesprek, laat staan een heus interview, dat is hard werk, dat
|
is langdurig voorbereiden, dat is schaven en spijkeren en krabben en verven, tot er iets overblijft dat eerst nog door een degelijke redactie moet worden bewerkt, voor er iets staat waar je als vertoning wat mee zou kunnen aanvangen. Dat is niets nieuws, ik roep al twintig jaar dat de meeste zogenaamde interviewers er helemaal niets van kunnen en dat de televisie daarvan de meest pregnante voorbeelden levert. Hangend als schipbreukelingen aan het wrakhout houden ze de kaartjes vast met de vraagjes die een stagiaire bij elkaar heeft gegoogeld. ,,U hebt eens ge- zegd dat…” Van weerwerk is geen sprake, van een toegevoegde waarde al helemaal niet, laat staan van een gesprek dat de moeite waard is. God-
|
zijdank komt meestal al na enkele minuten het vaste land in zicht: de tijd is om, we hebben nog een onder- werp staan dat al op twintig zenders is vertoond en waar wij gegarandeerd niets aan toevoegen. Bij ‘Het Gesprek’ is dat vaste land niet eens aan de horizon te zien. Het moet een uur duren terwijl het niet uitstijgt boven een quootje vragen aan een voorlich- ter, Bram Moskowicz het slachtoffer van een steekpartij zwart laten maken of een soapsterretje dat Privé een boekje noemt d’r gedachten ten beste laten geven over het werk van Jan Wolkers. Althans het is niks anders dan het failliet van de journalistiek. En dan hebben we het nog nauwelijks gehad over zo’n pijnlijke bijkomstig- heid als: de meeste mensen hebben helemaal niets te vertellen.
|