Nu ik toevallig toch van de week ga kijken naar die van de Tour de Fran- ce, nadert vanzelf weer de vraag: hoe erg is doping? Een gecompliceerde zaak die heen en weer geschoten wordt als in een flipperkast van de maatschappelijke (on)aanvaardbaar- heid naar de medische gevaren, naar de onsportieve aspecten. En in alle gevallen zijn de overige componenten een verzachtende omstandigheid. Ik geloof graag dat doping het een en ander kan verwoesten in de lichame- lijke huishouding. Maar als dat een serieus te nemen effect was, dan hadden we allang de pijnlijke statis- tieken gehad in plaats van de vage vermoedens bij een onaangekondigde dood, en de quasi romantiek van de jaren vijftig toen je nog dood van je fiets kon vallen op de Mont Ventoux
|
wegens een cocktail van pillen die tegenwoordige onderdeel is van het indrinken tegen middernacht. Het is ook weer niet zo dat wij in Nederland grossieren in de vroegtijdig en onver- klaarbaar overleden wielrenners. Wij hebben er een paar waarbij de ver- slaggevers meestal een stuk harder durven te concluderen dan de behan- delende geneesheer. Zo een dokter zegt dan dat het nog maar de vraag is of het ongezonder is om met allerlei middelen op het nachtkastje geduren- de drie weken om het hardst door Frankrijk te jakkeren, dan wanneer je dat doet op elke dag een bord spa- ghetti en twee biefstukken, een op je bord en een op je zadel, en verder met behulp van een bovenkamer met enkele onbewoonbaar verklaarde ver-
|
trekken. In Frankrijk is doping ook eerder een maatschappelijk probleem dan een medische kwestie. Er vallen op de Franse wegen volop doden door alcoholgebruik, heel soms één, maar dan meteen een auto vol, met alle- maal een joint, maar nooit een met een te hoog hematocrietgehalte. Vandaar ook dat ik mij ben gaan vastklampen aan de sportieve kwestie onder voorwaarde dat er een dokter bij te pas komt wanneer het in het geheim gebeurt. Ik vind het onspor- tief om stiekem middelen te gebrui- ken die voor anderen verboden zijn, we hebben het over fietsen en niet over bromfietsen. Ik denk dat ze het in Italië helemaal met mij eens zijn, behalve dan op dat laatste punt, daar geldt: winnen is belangrijker dan de manier waarop. Presto catenaccio!
|