Omdat er geen behoorlijke definitie van bestaat, vliegt de hele wereld kwetterend uiteen als een kolonie wilde ganzen zodra het over lekker eten gaat. Wat vrijwel alom als rond- uit smerig voedsel wordt aangemerkt is een stuk simpeler. Alles buiten onze landsgrenzen vindt boerenkool stin- ken, ook nog indien geserveerd met een verhullend balletje gehakt, een stukje rookworst van Unox of wat gebakken spekjes in vette jus. Helpt allemaal niet, men blijft de dampende groene brij als stinkend ervaren. Ma- rokkanen in het trappenhuis denken hartje winter ook altijd aan een sme- rige wraakneming voor al hun luchtjes als ze ruiken wat de buurvrouw staat te bereiden. Hele goede koks zien daar een uitdaging in en slagen er dan met succes in een kinderlepeltje
|
boerenkool te verstoppen in een voorafje dat schuil gaat over zoveel andere smaaksensaties dat de kool niet kan opvallen. Alles buiten de Franse landsgrenzen doet men geen plezier met andouillette, het waterko- nijn annex de muskusrat wordt in België zeer genoten en in Engeland lusten ze alleen gefrituurde ondefini- eerbare uit elkaar gerukte vis. Om nog maar te zwijgen van onze Afri- kaanse vrinden die van ellende spij- zen niet versmaden die wij om allerlei vreemde redenen voor geen goud zouden willen eten. Wel een kippetje van de grill, maar geen sprinkhaan in een sausje van muggenlevertjes. Elk land heeft zo wel wat. Zo dood- zonde van de tijd is het pleidooi waar het Kamerlid Anker van de Christen-
|
unie van bevallen is, die graag zou zien dat bij staatsbanketten voortaan de Hollandse pot wordt opgediend in plaats van ,,exclusieve buitenlandse” etenswaren. Men proeft het alleen al aan de woorden, in huize Anker geldt ‘Wat de boer niet kent, dat vreet ‘ie niet’. En als het op het pakje staat dat de substantie uit Zwitserland komt dan zegt vader: zo, moeder, is er wat te vieren, dat wij zo een exclusief soepje hebben? Vandaar dat majesteit bij staatsbanketten aan de kok vraagt om er maar weer iets van te maken dat er lekkerder uitziet dan het smaakt. Dan eet iedereen netjes zijn bordje leeg. Zij weet namelijk dat het anders tussen de premiers van twee jarenlang dikbevriende naties reeds tijdens de boerenkool tot vijandelijk- heden zou komen.
|