Gek is dat ook, dat je de klanten nooit op de stoep van een of andere Yab Yum-achtige toestand een sigaretje ziet staan roken. Een beetje onder mekaar kletsen, kijken naar de passe- rende auto’s, stampvoeten, handen- wrijven want het regent en het is koud en binnen staat het bedje klaar. Nou, dan zullen ze naast de barruimte en het wipgebeuren ook nog wel een rookkamertje hebben. Het is mij ove- rigens tevens een raadsel waar al die bezoekers hun euro’s stukslaan nu Yab Yum op slot zit. Het is toch een sector waar men meestal dezelfde verhalen over hoort als over zwervers en junks, of ze nou aan het bier zijn, aan de coke of aan de paddo’s, ver- bieden leidt slechts tot het verplaat- sen van het probleem naar de illegali- teit. En dan ben je nog veel verder
|
van huis, schijnt het. Zo mis ik in de Ab Klink oorlog de stevige, naar schatting wederom on- barmhartige bijdrage van de anti-rook maffia. Je zou toch verwachten dat ze in rotten van honderd optrokken naar de kleine Bossche knijpjes teneinde demonstratief een rood Spa’tje te bestellen en dan de politie erbij te halen wegens een belendende oude opa met een sigaar, want je zit daar al gauw bij elkaar op schoot. Het zal er mee te maken hebben dat het probleem over alle politieke par- tijen verspreid is waardoor de minis- ter het alleen nog op z’n Bromsnors kan zeggen: ,,In dit land dienen wet- ten nageleefd te worden en dat geldt voor iedereen.” Bij zulke woorden vermoed ik altijd dat hij de mannen
|
van het vuurpeloton reeds heeft ge- waarschuwd. We moeten maar tevre- den zijn dan hij begonnen is met het roken en de horeca. Maar het klinkt niet goed dat een gezelschap van lou- ter paffende barkeepers, hun klanten en moeder die over de vitrage gaat, tot een gedrag wordt gedwongen waar niemand van profiteert en waar- bij ze niemand in de weg zitten. Het is zelfs verboden om de oplossing te zoeken in zo’n compromis van: hier wordt niet gerookt indien een der aanwezigen daar bezwaar tegen heeft. Zou de anti-rook maffia hele- maal content moeten zijn. Hoewel, voor zover ik de oorlog heb gevolgd wordt in het kleine café aan de haven dan aan de bel getrokken waardoor er een felrode pijl oplicht die wijst in de richting van de ongezellige stapper.
|