Had u de post al geopend en de brief gevonden? Ik bedoel de brief van die lui die gedeeltelijk mede-eigenaar zijn van een buitenlandse commerciële tv- onderneming of die zelf wat radiosta- tions beheren of naar de vaantjes hebben geholpen, die allemaal nog een kast vol plannen hebben liggen om zelf een intelligente, smaakvolle en belangwekkende tv-zender te be- ginnen en of ze dan ook zovast uit de grote pot mochten mee-eten dan zouden ze later wel zien of ze er in geslaagd waren een kwartiertje niet al te wiebelige televisie te maken van hun chef buitenland die de New York Times heeft gelezen en voordraagt alsof ‘ie het allemaal zelf bedacht heeft. Precies, de brief van de hoofd- redacteuren aan de bedelstaf. Deze voor doorgaans welingelichte kringen
|
spelende lui hebben onlangs van Geert Wilders gehoord dat de omroe- pen, waar die vent een broertje dood aan heeft, gerust financieel gekort- wiekt mogen worden via de Ster, en hij wist ook al precies wie er ten ge- volge van zijn zegenrijke arbeid alle- maal ontslagen moeten worden in Hilversum. De nood zal hoog zijn on- der die tabloidgeile knoeiers, maar een groter schandaal heeft zich in de Nederlandse krantenwereld niet eer- der voorgedaan: de beroemde steun- beer onder de democratie is achterop gesprongen bij een racist met geman- keerde democratische opvattingen om nog een paar centen te kunnen van- gen ten koste van omroepcollega’s. Ik weet, u moet zaterdag nog naar Het Groot Dictee der Nederlandsche
|
Taal, het is niet de gewoonte om ze één voor één aan te pakken, hoewel mijn handen jeuken en die van u wel- licht ook, maar even als verstandige mensen onder elkaar: als je ergens, ik noem maar wat, vijftien jaar hoofd- redacteur bent en je hebt onderweg 150.000 abonnees verloren en je mag als buitenstaander dan nog steeds niet vermoeden dat er misschien een oorzakelijk verband bestaat tussen de hoofdredacteur, de inhoud van de krant, het zogenaamd wegens bezui- nigen zeisen onder de redacteuren, tot aan het massaal weglopen van de abonnees aan toe, dan kun je zo’n noodkreet toch niet meer serieus ne- men? En het allerergste, meneer Plas- terk: u en ik, wij houden ons hart vast, wetende wat ze met ónze cen- ten werkelijk van plan zijn.
|