Zie je wel, daar lees je niks over bo- ven de Moerdijk: paniek bij de carna- valsverenigingen in Limburg. Vóór 11 november hadden ze de geraamtes al klaar voor de praalwagens van 20 februari. Alleen de pan met papier- maché moest nog aangemaakt wor- den. Maar dan zou heel Limburg het uitproesten: burgemeester Leers, tenminste, daar leek ‘ie op, met een grote joint in zijn mond, achter een grenspaal met het bordje België erop. En dan als tekst, ze waren scherp bij de vastenavondclub: ,,'t Stukske Ne- derland dat 't schoanste is.” Konden ze de hele zooi afbreken toen bekend werd dat Leers geen burge- meester van Rotterdam werd omdat ze voor een halve buitenlander had- den gekozen: wat is er mis met een Limburger? Er werd lang over verga-
|
derd waarbij de praalwagen met bur- gemeester Leers in een Feyenoord- shirt onder het spandoek: ‘D’n enigste butenlânder die ze kampioen kan moaken’, ik vertaal het maar even, het verloor omdat het onderwerp vanwege de voorgenomen fusie van alle Limburgse voetballers bij elkaar iets te hachelijk was geworden. Voor je het weet kreeg de eerste muziek- kapel al een molotovcocktail toege- worpen door zo’n gast in een boeren- kiel van Roda JC. Dus werd het raamwerk zovast gesmeed voor de boot ‘D’n ouwe waterweg’ met kapi- tein Leers aan het roer die moet buk- ken voor de Sint Servaasbrug. Maar toen werd bekend dat Leers uit vrije wil had zullen emigreren en alleen door een smerige kongsi van de PvdA
|
met medewerking van het CDA in Limburg moest blijven. ‘D’n Vuile Verrajer’ heette het volgen- de plan, waarbij de Limburgers alleen een enorm achterwerk met daarop gekalkt ‘Leers’ zouden krijgen te zien. Dat werd uiteindelijk afgekeurd toen de bisschop het staketsel zovast was komen zegenen: d’r staan ook kleine kinderen langs de kant. Nauwelijks was het frame waar weer alleen het papier-maché van Leers’ billen aan ontbrak neergehaald, of Leers hield zijn nieuwjaarstoespraak en verklaar- de dat Limburg het beste één ge- meente kan worden onder zijn leiding. ,,Kunnen we, nondedju, die billen weer bij mekaar gaan lassen,” klaag- den alle prinsen. ,,Maar nou verande- ren we d’r ook niks meer aan.” Dan kan ’t bier doorkomen.
|