Ik zeg altijd maar zo: ik kan mij niet herinneren dat wij na de oorlog, ver- der heb ik het niet zo in de peiling, ooit géén last hebben gehad van hon- denpoep op straat. Ik vermoed dat die idyllische tijd eigenlijk helemaal nooit heeft bestaan. Van het 750-jarig bestaan van Amsterdam herinner ik me een historicus die beeldend uitleg- de dat aanvankelijk niet alleen de honden hun drollen op straat achter- lieten maar dat ook de burgers de gewoonte hadden hun gevoeg op straat te kieperen, liefst van twee hoog uit het raam. Dat werd asociaal gevonden. Tijdens de feestelijkheden lieten ze een deel van de binnenstad stinken alsof het er de middeleeuwen was. Dan merk je pas hoe snel je went aan de stank van auto’s, patat- tenten en zware shag. Maar het heeft
|
toch nog behoorlijk lang geduurd voor dat er uit was; hoewel de wildplassers zijn nooit helemaal uit het stadsbeeld verdwenen. Mag ik graag aan denken als er weer een onderzoek is gedaan naar de ergernissen van de burgers onder elkaar. Driekwart beschikt over een auto, dus driekwart van Nederland ergert zich aan de andere automobilisten. Wie de allereerste nummers van ‘De Kampi- oen’ doorbladert, toen waren ze bij de ANWB nog voor de wielrijders, ziet dat het hele wegenverkeersreglement er vanzelf is gekomen vanwege het asociale gedrag van de automobilis- ten. Om van motorrijders, toen ook al, nog maar te zwijgen. Ze reden te hard waardoor mens en dier in gevaar werden gebracht, ze staken hun hand
|
niet uit bij het afslaan en je kon een grote bek krijgen als je daar wat van zei. Alle gedragsregels en wetten zijn ondertussen vastgelegd in een dik boek dat wekelijks wordt uitgebreid met regels waarvan het merendeel eigenlijk van een heel raar soort is omdat het mensen poogt te dwingen wat voorzichtiger met hun eigen leven en dat van anderen, desnoods van hun eigen kleine kinderen om te gaan, maar nog steeds helpt het nauwelijks. Leren leven met asociaal gedrag, dat lijkt me onderhand iets voor Teleac. En wat we daarna nog overhouden, daar laten we Sire dan wat aan doen. Dat is ongeveer wat er resteert na zo een onderzoek dat ons van verre toe- roept: dames, heren, de komkommer- tijd komt eraan.
|