We kunnen maar beter geen ruzie krijgen met onze buren, want een adequaat leger ter bescherming van de grenzen hebben we vervangen door een politiemacht in den vreemde en de AIVD die in de gaten had moe- ten houden dat die Belgen niet aan al onze staatsgeheimen konden komen, wordt inmiddels algemeen beschouwd als een kantoor vol sufferds en verra- ders dat de staat en de burger tracht te bedotten en als ze daar niet mee bezig zijn, dan stellen ze belachelijke rapportages op. Zo weggelopen uit een James Bond film, maar dan wel als de ondeugende tegenpartij met zwaar communistische trekjes (trou- wens, ik krijg bij allerlei maatregelen de financiële crisis betreffende steeds vaker het idee dat die communisten het zo gek nog niet zagen, ze voerden
|
het alleen zo beroerd uit). Aan welke kant zou de journalistiek dan staan? Ik vrees dat de vakbond NVJ en het genootschap van hoofdre- dacteuren, indien zij niet meteen de Vlaamse leeuw zouden uithangen, dan toch minstens begrip zouden tonen voor de inval. Objectief bekeken dan. En de kwibus van de eetclub van hoofdredacteuren zal in twee geschei- den artikelen de Vlaamse opmars net zo makkelijk toejuichen als veroorde- len; laat dat maar aan hem over. Nu we het toch over lachfilms hebben, niet voor niets hebben ze in de Twee- de Kamer een ‘commissie stiekem’ die de nationale veiligheid in de gaten moet houden, maar uit de zelfgeko- zen carnavalsnaam blijkt al dat ze het allemaal niet zo serieus nemen met
|
de nationale veiligheid en hun zwijg- plicht. Daar moet minister Ter Horst uitleg geven over het afluisteren van verdachten van staatsgevaarlijke acti- viteiten. Want je mag ze pas afluiste- ren als je vrijwel zeker weet dat ze met staatsgevaarlijke activiteiten be- zig zijn en dat weet je pas vrijwel ze- ker als je ze afluistert. Het zou mij niet verbazen wanneer de notulen van die commissievergadering de volgen- de dag de voorpagina van de Tele- graaf beheersten: TER HORST GA! Van de NVJ en de hoofdredacteuren hebben we geleerd dat de journalist, wie dat ook moge zijn, hoe hij aan z’n spullen komt en op welke wijze hij z’n beroepscode gebruikt om leuk uit te kunnen pakken, zichzelf als een staat binnen de staat mag zien. Inclusief staatsgeheimen.
|