(Midden in de zomer, en nog steeds geen moment verlegen om een on- derwerpje op het verjaardagsfeestje). Is oom Hendrik nog een kratje halen? Oom Hendrik is protesteren bij de Staatsloterij. Heel goed, dat tenmin- ste nog iemand van ons dat doet, het is toch ook een schandaal. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik op het allerlaatste moment helemaal geen lot gekocht. Maar je moest, je moest, je zou anders een dief van je eigen portemonnee zijn, zeiden ze op het journaal. Logisch, de staatsloterij en het staatsjournaal, dat is één pot nat. Koop je een keer van je armoe éénvijfde lot en wat denk je wat, ke- ren ze ook maar éénvijfde uit in plaats van de hele mep. En wel in die spotjes roepen dat de jackpot d’r he- lemaal uit gaat, mooi niet. Wat een
|
flessentrekkers. Je reinste bedrog, dat is het. Oplichterij noemen wij dat. Leugens! Nep! Fraude! Zo is het maar net. En hoor je Balkenende daar over? Bos! Bos, die had moeten ingrijpen, maar die had het zeker weer te druk met z’n linkse kerk. Heeft hij soms dat lot? Dat geloof je toch niet, ik hoor hier net dat Wouter Bos nou weer die jackpot heeft gewonnen. Schande, het moet niet veel gekker worden. En nou zeker weer gaan ad- verteren dat volgende maand de jackpot eruit gaat. Ik doe niet meer mee aan die zwendelarij. Ik ook niet, dan moet ik er desnoods maar ge- woon voor werken. Maar jij hebt toch AOW? Dat bedoel ik, je kan er hier niet eens meer voor werken. Als de crisis doorzet… De crisis zet niet door.
|
Hoe weet jij dat? Ik las dat Vanessa en die platenboer van elkaar af zijn. ’t Is niet waar. Eerst Jan Smit… Nee, nee, Rob de Nijs was eerst. Toen Pa- tricia Paay, Marc Klein Essink, Gordon en nou zij. Dat bedoel ik, op het diep- tepunt van de crisis moet je de knoop doorhakken. Die platenboer, wat denk je dat zijn tent nou nog waard is? Tijd om de boel te verdelen, belastingaf- trek, en als de crisis weg is, loopt hij binnen. Wat een armoe, straks bij Vanessa. Die moet weer gaan zingen en paneltjes doen. Paneltjes? Paay! Daarvoor is ‘ie van d’r af gegaan, die wilde een jonge kerel met een paar centen. Die goser met dat éénvijfde lot, die zie ik er ook wel voor aan. En dan die kinderen, hoeveel hadden zij d’r gekocht? Zou ze d’r kerstverlich- ting mogen houden, Vanessa?
|