’t Is tamelijk oorverdovend, men kan ook zeggen beschamend stil gebleven sinds de moeder van de in januari 1994 vermoorde Christel Ambrosius van de week een uitgebreide verkla- ring aflegde voor de Zutphense recht- bank waar tegen de verdachte Ron P. 15 jaar werd geëist. Zij kwam met een reeks verwijten naar Peter R. de Vries maar ook naar de media in het algemeen. ,,Ik wil de nagedachtenis aan mijn dochter terug, zonder de inmenging van derden,” zei Marijke Simon. En: ,,Er is een stroom artike- len verschenen waarin de gevoelens van nabestaanden hoegenaamd geen rol spelen en de auteurs zich niet ge- hinderd voelden door enige menselij- ke of zelfs maar journalistieke integri- teit.” Plus: ,,Hij bekritiseert de bur- gemeester en beheerst de plaatselijke
|
pers,” mocht hij, Peter R. de Vries, ooit dementeren dan zal hij altijd haar dorp en haar huis nog kunnen vinden. Verder vindt zij dat de pers ,,met het grootste gemak” de persoonlijke inte- griteit en levenssfeer van Christel Ambrosius heeft geschonden, onzorg- vuldig en speculatief verslag heeft gedaan waarbij alle normen van fat- soen zijn overschreden. Het is alles bijeen niet weinig. En het vervelendste is, ze heeft voor een belangrijk deel nog gelijk ook. Haar verwijten gaan niet alleen over de zware journalistieke dilemma’s, die op elke redactie bij elke levensdelict aan de orde zouden moeten komen maar even makkelijk worden genegeerd, ze gaan tegelijk ook over de kermisgas- ten met hun camera of toetsenbord
|
en een perskaart in de rand van de hoed voor wie een moord even sappig nieuws is als een per ongeluk bloot gefotografeerd zangeresje. Om maar te zwijgen van de anti-journalistieke malloten die met zogenaamde waar- zeggers en zelfgebreide mediums de waarheid in zulke moordzaken net zo makkelijk en pretentieus te lijf gaan. De quasi misdaadverslaggevers, die zich liefst presenteren als tv-perso- nalities die ver boven hun eenvoudige vak zijn uitgestegen, alsof ze ergens een populair kwisje presenteren dan dat ze bezig zijn met al die verheven doelen waar de pers zich zo graag op beroept, die hebben de grootste voor- keur voor zaakjes waarmee prettig te scoren valt. En niet zelden blijken zij de dubieuze bron waar de rest van de pers zich op beroept.
|