De abominabele staat van de Neder- landse reclamewereld wordt dezer dagen zwaar aangezet met de Sire- campagne ,,Aardige mensen. Hoe gaan we ermee om?” Het onderwerp is opgepakt omdat volgens onderzoek 78 procent van de Nederlanders vindt dat we aardiger voor elkaar zouden moeten zijn. Volgens de Sire-analyse komt dat omdat we bang geworden zijn voor een gewoon aardigheidje. Daar wordt nu in alle media iets tegen gedaan. Het probleem wordt treffend geïllustreerd door een paar vuilnis- mannen die van een aardige dame twee stroopwafels krijgen gepresen- teerd. Dus je ziet het verbaasde duo meteen denken dat het wel weer muf- fe taaie troep van zo een ouwe tang zal zijn en de ondankbare honden gooien de stroopwafels achteloos in
|
de grote bek van hun wagen, niks Haïti. Aardigheidje niet herkend, groot maatschappelijk probleem op de staart getrapt, had zij maar met een sixpack Heineken aan moeten komen. Trouwens, echte vuilnismannen, die ze bij Sire niet kennen, zouden inder- daad besloten hebben die muffe oude troep van dat wijf niet op te eten maar aan hun chauffeur te geven. Gebbetje van de mannen. ,,Rinus, ik ben jarig, dus ik trakteer op heerlijke stroopwafels.” En dan die twee maar tevergeefs wachten tot Rinus begint te spugen en te vloeken. De gedachte achter de campagne van Sire is dat alle mensen aardig zijn maar dat 78 procent van Nederland daar niet meer mee om weet te gaan. Alsof ze de interpretatie van opinie-
|
onderzoek van Maurice de Hond ge- leerd hebben, een beetje van hun en een boel van mezelf. De klacht van die 78 procent is juist dat mensen steeds onaardiger zijn geworden, dat er zo snel een grimmige sfeer ont- staat bij een beetje openbare pech, dat mensen helemaal geen tegenslag- je meer verdragen, dat er al geïrri- teerd gereageerd wordt nog voor zich een akkefietje van niks heeft afge- speeld, hoe hufterigheid regeert. De bedreiging van ambulancepersoneel komt echt niet vanwege het feit dat de opgewonden omstanders de goede bedoelingen niet herkennen, maar vanwege een snel opgefokte sfeer die geheel los staat van welke aardigheid dan ook. Als ik niet beter wist zou ik zeggen dat de probleemanalyse af- komstig is van J.P. Balkenende.
|