aangewezen als de dader van de geruchtmakende Deventer moordzaak. De Hond probeerde binnen te dringen in een afgesloten rechtszaak en heeft daartoe als bekende van de media bij herhaling ín de me- dia, en dan vooral het massamedium televisie gebruik van gemaakt. Zodanig, dat ook het Openbaar Mi- nisterie gedwongen was te reageren door een graf open te maken, en de rechter uiteindelijk moest be- palen dat De Hond in elk geval zijn directe beschuldigingen aan het adres van de ‘klusjesman’ moet sta- ken. Dat ziet er op het eerste gezicht bijna democratisch uit, ieder kan zo z’n gelijk halen of ongelijk krij- gen, maar als het schieten in het donker de geëigende weg wordt en de media zich als weinig meer dan een doorgeefluik gedragen, gevolgd door het grote gelijk van de straat dat de kijkers al te makkelijk uit- braken, dan wordt heel het juridische systeem ten gronde gericht. Kuijpers was in navolging van zijn voorganger Bram Moszkowicz niet te beroerd om de media te betrek- ken bij zijn advocatenwerk ten behoeve van zijn befaamde klant. Beiden fungeerden met hun mobieltje als hulpje van journalisten die een buitenkansje zagen, terwijl ze in werkelijkheid een dienst moesten verlenen die volgens velen onder het verschoningsrecht zou horen te vallen. Bij herhaling heeft Moszko- wicz gezegd dat hij nu eenmaal verplicht is om alles te doen teneinde zijn klanten bij te staan. Kuijpers heeft helder gemaakt dat hij een zelfde beroepsopvatting heeft. Beiden staan daarin niet alleen. Dat be- tekent dat elke journalist inmiddels weet óók een middel van die advocaten te kunnen zijn. En dat terwijl